dinsdag 21 juli 2015

De Biënnale van Venetië in een paar gedachten. Het spel, de sleutel en de robot.


Het spel, de sleutel en de robot.

Mijn persoonlijke nummer 1 van deze biënnale is ‘Games whose rules I ignore’ van de Fransman Boris Achour. Je ziet een vitrinekast met allerlei absurde objecten die gezelschapsspellen moeten voorstellen, alleen kent niemand de regels. Achter de vitrinekast is een video te zien waarin twee vrouwen één van die spellen uitproberen. Ze zeggen niets, weten niet of ze het bij het juiste eind hebben, maar doen toch voort. Uiteindelijk lijken ze hun draai te vinden. Eenvoudig, maar gelaagd werk, dat je op veel manieren kan interpreteren. Het kan een politieke, sociale of existentiële betekenis krijgen. Echt iets voor fans van de twijfel en de volharding. Te zien in het Arsenale. In deze video zie je hoe de kunstenaar zelf een uitgevonden spel test:
http://www.bing.com/videos/search?q=Boris+Achour&FORM=HDRSC3#view=detail&mid=880E873EEFF3B56D9D22880E873EEFF3B56D9D22



In het Belgisch paviljoen trek een robotachtige installatie de aandacht. ‘Negative Space, a scenario generator for clandestine building in Africa’ van James Beckett. De installatie werkt volgens het principe van die nieuwe drankautomaten die met een lift je blikje cola uit het rek nemen en het vervolgens zonder deuk naar beneden laten glijden. Alleen zijn het hier geen blikjes maar huizen, die volledig geprogrammeerd worden neergepoot, tot er een stad ontstaat. Past goed in het overkoepelende thema over het kolonialisme. Al past deze zin niet in het plaatje, we hebben onze driekleur goed verdedigd in Venetië. Alleszins beter dan de Hollanders.



Japan is een twijfelgeval. Indrukwekkende installatie in hun paviljoen, maar misschien wat teveel Japanse animatiefilm-poëzie. Duizenden sleutels hangen aan rode koorden, tot er een roze nevel van draden ontstaat. Daaronder een paar vergane vissersboten. Gaat over herinneringen doorheen de tijd. Elke sleutel is een herinnering. Tja.

 

Dan waren we meer overtuigd van Sarah Lucas’ sculpturen in verband met gender en seksualiteit. De surrealistische vrouwenbenen met sigaret op onverwachte plaatsen doen je meteen glimlachen, net als de torenhoge erectie van haar gele kunststof mannen. In het Engelse paviljoen van Giardini.

 

Als je voeten het beginnen te begeven en je last krijgt van de hittegolf, ga dan naar het Franse Paviljoen. Je kan er heerlijk relaxen in de arena van mousse. Het lijkt op het eerste zicht beton. Laat je vervolgens hypnotiseren door de traag wandelende dennen  van Céleste Boursier Mougenot. Heerlijk!


 

 

De Biënnale van Venetië in een paar gedachten. Tekenaars en hun techniciteit.


Tekenaars en hun techniciteit
In mijn werk is imperfectie een troef, maar ik val nog steeds achterover van de precisie van sommige tekenaars. In het Arsenale word je op dat vlak verwend. Maar vergis je niet, de virtuositeit gaat verder dan l’art pour l’art.

Massinissa Selmani levert met zijn reeks ‘A-t-on besoin des ombres pour se souvenir’ uiterst gevoelige tekeningen af van zijn alledaagse ervaringen in al hun absurditeit. De Algerijn, die na zijn studie computerwetenschappen kunst ging studeren in Frankrijk, gebruikt in deze reeks steevast de kleuren blauw en rood, die met het witte papier de kleuren van de Franse vlag vertegenwoordigen. Hierover staat niet echt iets in de cataloog, maar ik vond het toch opmerkelijk.



Nidhal Chamekh, een Tunesiër, maakte de serie ‘De quoi rêvent les martyrs’. Met die martelaars heeft hij geen jihadisten voor ogen, maar de politieke activisten die hun leven gaven tijdens de Arabische Lente van 2011, zoals de fruithandelaar die zichzelf in brand stak. We zien gevoelige tekeningen van anatomie, geweren, dierenhoofden op mensenlichamen, afgewisseld met Arabische frasen en gekras. De tekeningen zijn over elkaar geplaatst, als de beelden in een droom. Chamekh stelt de dystopie voor na de droom, het uiteenvallen van de illusie, de materiële en menselijke kost van de revoluties.



‘The Anti-Clock Project’ van Nidhal Chamekh bestaat uit fijne tekeningen van monumenten die worden neergehaald. Quasi identieke beelden, maar een zinnetje in potlood geeft aan op welk moment ze hebben plaatsgevonden. Het neerhalen van een aantal obelisken in verschillende landen op verschillende tijdstippen, met daartussen een tekening van een mestkever die een bol rolt, wijst op een soort l’histoire se répète.



Minder politiek en iets ruwer getekend, zijn de werken van Olga Chernysheva. Haar werk is luchtig en tongue in cheek. Ze ziet de kunst in van absurde alledaagse situaties. De personen die in het MOMA opzoekingen doen op de Smartphone over de lelies van Monet verliezen het echte schilderij daardoor uit het oog. Ook prachtig is haar serie ‘Escalation’. De personen die in de metro de roltrap nemen vormen een toren, de roltrap zelf heeft ze weggelaten. Sterk beeld.
'Searches related to Monet's water lilies'

'Escalation 4'

maandag 20 juli 2015

De Biënnale van Venetië in een paar gedachten. De magie van de massa.


De magie van de massa

Indrukwekkend, dat is het minste wat je kan zeggen van Ibrahim Mahama’s installatie in de ‘Troncone’ van het Arsenale. De hoge muren van deze doorgang zijn volledig bedekt met jute zakken, wat de architectuur plots zeer voelbaar maakt. Ook conceptueel zit het snor. De Ghanese kunstenaar werkte samen met lokale handelaars om die zakken te verzamelen, die uit Zuid-Oost Azië worden geïmporteerd. Iedere zak draagt de namen van de personen die er zich van bediend hebben en wordt zo een symbool van hun persoonlijk verhaal. Doet denken aan de installaties van Ai Wei Wei waar krukjes elk een Chinees vertegenwoordigen, bijvoorbeeld. Mahama wil de aandacht trekken op de veranderde status van de marktplaats. Het ruilen van goederen heeft plaats gemaakt voor sociale ongelijkheid en uitbuiting. Zeiden we al dat dit een geëngageerde biënnale was?


 

In dezelfde trend zijn er de bakstenen van Rirkrit Tavanja. De 14 086 bakstenen vertegenwoordigen de hoeveelheid die nodig is om een kleine familiewoning te bouwen in China. Op de Biënnale hebben arbeiders de stenen buiten laten drogen om er dan de slogan ‘Never work’ in te stempelen in Chinese karakters. De slogan komt van een beweging genaamd de Situationisten en wijst op de onbeduidendheid van het vervreemdende daglonerswerk. Je kan zo’n steen kopen voor 10 €, als steun voor de opening van een cultureel centrum (ergens in Azië). Voor drie kilo meer in je koffer en een mooi souvenir van de biënnale, allen naar het Arsenale!



 

Een andere imposante installatie van 10 000 LED-plaatjes is THE PORTRAIT OF SAKIP SABANCI van Kutlug Ataman. Die plaatjes, zo groot als een pasfoto, geven elk een persoon weer die de goede werken ondervonden heeft van zakenman en filantroop Sakip Sabanci. De plaatjes vormen een golvend doek dat boven de hoofden van de bezoekers hangt. Misschien eerder spectaculair dan betekenisvol.

 

Wat soberder maar diepzinniger is het werk van Joana Hadjithomas en Khalil Joreige. Zij hebben in het Arsenale een muur gevuld met identieke dikke boeken. Elke dag mogen de bezoekers de katernen open snijden van één boek in het Arsenale en één boek in Giardini, Centraal Paviljoen. Deze boeken bevatten één korte beschrijving per pagina, zoals ‘Duizenden katten omringen Adonis’ of ‘Zelfportret in de spiegel met sjaal rond mijn nek, sjaal reikt tot op de grond.’, maar evengoed kunnen het scènes zijn uit de burgeroorlog in Beiroet. Beide kunstenaars zijn Libanees. De beschrijvingen komen van een derde, een fictieve fotograaf van postkaarten, Abdallah Farah. Die maakte ooit honderden rollen film, die hij door materiële problemen tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1991) nooit heeft kunnen ontwikkelen. Het 1312 pagina’s dikke boek bevat de beschrijvingen van Farah van elk van zijn foto’s. Door het ontbreken van beeldmateriaal moet de bezoeker een beroep doen op zijn verbeelding om zich de politieke en sociale evolutie van Libanon voor te stellen. Van donderdag tot zondag doen de kunstenaars ook een performance in de ARENA van Giardini. Het zou gaan om een lezing uit het boek door verschillende personen.


 

De Biënnale van Venetië in een paar gedachten. Werelden van elders.


Werelden van elders

Voor gedurfde Chinese kunst moet je niet in het Chinees paviljoen zijn, maar in het Arsenale.  Kunstenaar en pedagoog Qui Zhijie creëerde een poëtische taxonomie van de sociale rollen in China met zijn installatie ‘The Jing Ling Chronicle Theatre Project’. Je komt er terecht in een schilderij uit de Late Ming Dynastie, ‘Lantaarn Festival in Shanguyan’. De glazen wilde ganzen aan het plafond vertellen je onmiddellijk dat je in China zit. Verschillende objecten vertegenwoordigen personen en hun sociale relaties, volgens de cataloog van de Biënnale. Let op de ademende rugzak. Toch opmerkelijk: in deze traditionele Chinese wereld zijn de personen zelf verdwenen. Het is een verlaten plek uit een droom. Een paar houten bollen draait doelloos rondjes op een tafeltje, wat een onrustig geluid geeft. Qui Zhijie ontwierp eerder al een ‘suicidologie’ van de brug over de Nanjing rivier. Dat socialistisch monument is nu ironisch genoeg dé pleisterplek voor zelfmoordenaars.
Qiu Zhijie, The Jing Ling Chronicle Theatre Project, 2014.

In de vorige blogpost hadden we het al over Arsène Zhilayev en zijn cosmonautenutopie. In hetzelfde museum ‘Casa dei Tre Oci’ op Giudecca, krijgt de wereld van Marc Dion twee verdiepingen. Dion wordt er laborant van de ‘Wunderkammer’, rariteitskabinetten van voor de Verlichting. Tekeningen van zeedieren met een menselijke grimas, vissen op sterk water, verwarde notities in glazen kasten sieren het museum. In die laboratoria der wonderen, zoals de Italianen dat zo mooi uitdrukken, trachtte de achttiende-eeuwer zijn begrip van de wereld uit te drukken. Een van hen was de Engelse diplomaat Sir William Hamilton, die onderzoek deed in de baai van Napels. Jammer genoeg verloor hij veel objecten door een schipbreuk. Dion vervult Hamiltons droom door die, zogezegd uit de zee opgeviste, objecten te exposeren. Hij exploreert de grens tussen fictie en realiteit, die eigen is aan deze wunderkammer. Vervolgens past Dion de achttiende-eeuwse methodes om data te verzamelen toe op onze tijd. Zo maakte hij in gips afdrukken van hedendaagse instrumenten: een oplader van de Iphone, een plastic lepeltje, een batterij,… Leuk werk. Het stelt de ijver van de mens om zijn wereld te begrijpen en te verbeteren in een aandoenlijk daglicht.
Uit de expo 'Future Histories' van Mark Dion en Arseny Zhilyaev, werk van Mark Dion.
Van de utopie naar de dystopie, met alweer een Chinese artieste. Gefascineerd door de hypersnelle ontwikkeling van haar streek in Zuid-China, onderzocht Cao Fei de invloed van de sociale transities op de fantasieën en emoties van de mensen, vooral jongeren. Dat resulteerde in een aantal filmpjes. ‘Whose utopia’ (2006) over arbeiders in een lampenfabriek, ‘RMB City’ (2007-2012) met Cao Fei’s Second Life-avatar China Tracy in de hoofdrol en ‘Haze and Fog’ (2013), waarin het menselijk gedrag  degenereert onder invloed van de extreme luchtvervuiling. In Venetië stelt ze ‘La Town’(2014) tentoon, een film gemaakt met aandoenlijke klei-figuurtjes, genre Wallace and Gromit, ware het niet dat deze figuurtjes zich overgeven aan seks en drugs in een post-apocalyptische omgeving. Soms proberen ze nieuwe gemeenschappen te vormen, al lukt dat niet altijd. Cao Fei’s werk verwijst naar nieuwe ideeën over sociale organisatie, die kunnen ontstaan wanneer een natie in een langdurige staat van revolutie verkeert. Te zien in het Arsenale.

 

De Biënnale van Venetië in een paar gedachten. La mer.












In de geest van deze blog deel ik graag mijn diepste ontroering met u. Ditmaal over de Biënnale van Venetië, volgens een paar eigengereide thema’s: la mer, werelden van elders, de magie van de massa, tekenaars en techniciteit, het spel, de sleutel en de robot, het Italiaans paviljoen: top of flop?
La mer
Runo, Lagomarsino, 'La Muralla Azul', 2014

Gelaagd en niet moralistisch, dat is de uitdaging waar de geëngageerde kunstenaar voor staat. Runo Lagomarsino’s idee is even eenvoudig als geniaal. Hij noemde zijn 5 werken ‘La Muralla Azul’, blauwe muur, omwalling.

Lagomarsino liet zijn blauwe vlakken zonnen en zwemmen. Het lichtgevoelig papier kreeg kleurnuanceringen en mocht dan een bad nemen in de Middellandse zee. De grillige materialiteit die zo ontstond, roept de willekeur van de zee op. Lagomarsino beeldde de oceaan al eerder af als een geopolitieke ruimte met 'Four date drawings'(2011), gebaseerd op de eerste reizen van Colombus naar Amerika. De vijf werken die 'Muralla Azul' vormen, hebben al aan de toren van Napels gehangen, een symbolische stad  voor de migratie, zowel in als uit Europa. De zee als horizontale omwalling is meer dan ooit actueel, maar het werk voelt niet belerend aan. Zo eenvoudig poëtisch dat ik er tranen van in de ogen kreeg.

Ellen Gallagher deed dertig jaar geleden onderzoek naar de migratiepatronen van microscopische snelvoetige zeeslakken. Ze maakte er uitgebreide tekeningen van. Die bleven haar inspireren bij haar schilderijen over Drexciya, een soort zwart Atlantis, ontstaan uit de baby’s van verdronken slavinnen. Gallagher heeft dit verhaal van technoproducer James Swindon geïnterpreteerd als een wedergeboorte van de pan-Afrikaanse cultuur. Daar onder water spelen nationale conflicten geen rol meer.
Gedurfde fantasieën, nieuwe werelden zagen we wel meer op deze biënnale. Zo was er de futuristische Arsène Zhiliayev, die zijn utopie op een oude Russische cosmonautendroom entte: de expansie van het Sovjetrijk, outerspace. Chinese gelukskatten zwaaien er de plak. Geflipt, maar coherent. Zhiliayev kan je op Giudecca bekijken, in ‘Casa dei tre oci’. http://treoci.org/. Gallagher hangt in het Centraal Paviljoen.

Ellen Gallagher, Dew Breaker, 2015.

Steve McQueen, filmmaker en artiest, draaide in 2002 een film op Grenada, een klein eiland in de Caraïben. Hij schoot materiaal van de vrolijke visser Ashes. Toen hij terugging in 2010 bleek de jongen brutaal vermoord te zijn. Een zakje drugs, gevonden op het strand, had hem zijn leven gekost. McQueen toont in het Arsenale een installatie van twee video’s, waarvan de sound in elkaar loopt.  Je kan maar één video tegelijk zien, want de schermen staan met de achterkant tegen elkaar. Aan de ene zijde zie je Ashes op zijn vissersboot, vol levenslust. Aan de andere kant de werkmannen die zijn definitieve graf delven. De loop van Ashes op zee lijkt zijn leven oneindig te willen verderzetten. Erg aangrijpend.

De Biënnale van Venetië: Eerder poëtisch dan cerebraal


Deze 56ste Biënnale ‘All the world’s futures’ doet een gigantische beroep op de verbeelding en het gevoel. Utopieën allerhande, fictieve historie, autofictie, je komt het er allemaal tegen. Je ziet jezelf in een maïsveld staan, tussen de palmen van Broodthaers of onder duizenden sleutels. De Nigeriaanse curator Okwui Enwezor koos voor een groot aantal Afrikaanse, Amerikaanse en Aziatische kunstenaars, die het magisch realisme van Venetië alle eer aandoen.

Deze biënnale werd al omschreven als zeer geëngageerd, al kan je wat vraagtekens plaatsen bij dat engagement. De gerenommeerde kunstenaar Isaac Julien liet honderden personen voorlezen uit ‘Das Kapital’, het eerste wat je hoort in het Centrale Paviljoen van Giardini. Julien is wel zelf een grootverdiener op de kunstmarkt. De zinnen uit het lijfboek van Marx worden bijna overstemd door ‘L’Homme qui tousse’, de bloed ophoestende man van Christian Boltanski. Die kunstenaar baseerde een groot deel van zijn werk op WOII. De Westerse klaagmuur van Fabio Mauri en het eenvoudig geniale ‘Muralla Azul’ van Lagomarsino doen denken aan de immigratieproblematiek, al was het werk van Mauri oorspronkelijk een verwijzing naar Auschwitz.

Fabio Mauri, Il muro occidentale o del pianto, 1993.

Toch zijn er ook veel speelse tongue in cheek werken, waardoor deze biënnale zelfs na drie volle dagen niet te zwaar op de maag valt. Wie niet voorbij de ‘huh?’ geraakt bij het zien van een modern kunstwerk, raadt ik deze biënnale aan als kuur. Als je goed observeert en de titel leest, kan je al veel begrijpen zonder de hele tijd in de gids te lezen. De geoefende kunstliefhebber zal de verwijzingen naar werken van Ai Wei Wei of Marcel Duchamp appreciëren, of ziet er graag de oude waarden terug zoals Fabio Mauri, Marlène Dumas, Georg Baselitz, Christian Boltanski of Andreas Gursky.

Wanneer het bijna 18u00 was, trad bij mij een soort onrust op die kon wedijveren met de existentiële onrust van de mens in een veranderende politieke en sociale context. Ik voelde me één met ‘the age of anxiety’ die volgens voorzitter Paolo Baratta de raison d’être van deze biënnale is. Zes uur is werkelijk te vroeg om dit prachtige evenement, vol topwerken af te sluiten. Zelfs wanneer je er van 11 uur aan begonnen bent en je voeten ondertussen een kunstwerk van blaren zijn geworden.

Chantal Pattyn schreef een excellente en praktische gids voor de Biënnale, waar je een overzicht krijgt van de geografie van de biënnale en van haar favoriete werken. Dankzij deze gids ging ik naar de expo ‘Heartbreak Hotel’ van de Brusselse curator Vanhaerents, op het eiland Giudecca. Daar kan je onder andere een prachtige vierdelige video van Bill Viola bekijken. Die expo staat niet in de kleine catalogus van  de biënnale.

http://cobra.be/cm/cobra/kunst/1.2345251 = de gids van Chantal Pattyn.


Praktische noten: Op vrijdag en zaterdag is het Arsenale open tot acht uur ‘s avonds. Kom je met de trein? Met je ticket heb je misschien reductie. Koop geen dagpasje van de biënnale voor de geassocieerde expo’s in de stad: die zijn meestal gratis of apart te betalen. Voor Jenny Holzer op het San Marco wel 12 €.

 

dinsdag 9 juni 2015

Expo An sich /t/ doet het gebrek aan een Gents Fotomuseum even vergeten



Juni brengt dat gezapig sfeertje van eindejaarstentoonstellingen. We bekijken de eindwerken van onze naasten of collega’s, artiesten aan de academie, en we eindigen met een Cava in het zonneke. Naast dat sociaal gevoel en de drank, is het bijzonder aangenaam dat die expo’s de laatste jaren steeds kwalitatiever worden. De keramiek is al lang geen veredeld pottenbakken meer, siersmeden maken niet alleen tuinhekkens, zeefdruk is geen klein broertje van de schilderkunst.

De fotografen mochten beginnen vorig weekend in de Lindenlei, daar waar vroeger een technisch atheneum gehuisvest was. In de rauwe sfeer van de ondertussen verweerde muren kregen de moeders en dochters van Rebecca Serras er een laagje kwetsbaarheid bij. Net als de fotoreportage over dementie, de zelfportretten van rolstoelgebruiker en Man in Black Pierre Pollentier en de reeks over een Algerijns gezin zonder vader. Undress van Katlijn Blanchaert is een intieme fotografische snuffmovie, die vooral van suggestie uitgaat. Werkelijk van onze sokken geblazen, waren we van de grote afdrukken van David Bruneel. Plastieken zeilen zien eruit alsof ze naar een avondfeest gaan. David tovert de nederigste objecten in huis om tot het mooiste, zuiverste wat u ooit gezien heeft. Faut le faire.

Jeroen De Wandels’ waslijnen vol foto’s roepen een vintage universum op, genre Robert Doisneau, maar dan met zeer felle kleuren tussen het zwart-wit. Een klassieke kam van schildpad, die doorschijnende bruine, twee tanden eruit, zegt meer dan een portret van zijn overleden vader.
‘Platform’ van Dennis De Smet esthetiseert de verlatenheid van plekken waar mensen normaalgezien het middelpunt zijn. De praktijk van de kinesist, de congresruimte en de dansvloer krijgen eindelijk zelf wat theatrale aandacht. In fijne heldere kleuren die het desolate gevoel verjagen.

Tom Ruttink is gefascineerd door de industriële ingrepen van de mens op het aardoppervlak. Hij vond de onaangeboorde poëzie van aangeboorde aardlagen via Google Maps. Gemakkelijk zegt u? Wij draaiden de wand om en waren onder de indruk van de abstractie van een zwart-wit beeld. Veel bezoekers gingen met de neus op een halve centimeter afstand inspecteren of het geen houtskooltekening was. De uitsnede van de foto is een huzarenstukje, met een rechthoekig bassin perfect in het midden gecentreerd. De pokdalige ondergrond wil die geometrie bestrijden, afbreken, ten gronde richten. Wat een spanning.  Andere foto’s van Tom doen wat Mad Max-achtig aan. Op de grens met het surreële.

Ook gedurfd was de reeks ‘Babel’ van Karine Hanskens, die de onbeholpen communicatie tussen mensen uitdrukt in huilerige portretten. Drie immense treurende dames lijken panelen uit de Renaissance. Het gewild geënsceneerde wordt haast komisch, bij de man die zijn tranen over zijn stuur laat lopen.

De trots op deze dertien fotografen, hun passie voor hun artistiek werk, waar ze soms maar een klein aandeel van hun tijd voor kunnen vrijmaken, en hun bescheidenheid, brengen me dan de hele avond in hogere sferen, meer nog dan de Cava achteraf. Proficiat en het ga jullie goed.
(Op 14 juni kan u mijn enthousiasme delen, in Lindenlei 38, expo ‘an sich /t/)